Kinderen spelen weer iets vaker buiten dan een paar jaar geleden. Tegelijkertijd verschilt dat sterk per woonomgeving en blijkt het ontbreken van speelplekken en speelkameraadjes een belangrijke drempel. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van Jantje Beton en branchevereniging Spelen & Bewegen.
Meer buitenspelende kinderen, maar speelruimte blijft ongelijk verdeeld
Gemiddeld spelen kinderen van zes tot en met twaalf jaar momenteel 7,6 uur per week buiten. Twee jaar geleden lag dat nog op 7,2 uur per week, maar het niveau van 2022 - toen kinderen gemiddeld 9,9 uur buiten speelden - is nog niet bereikt.
Voor het onderzoek vulden 1136 kinderen en hun ouders of verzorgers een online vragenlijst in. Meer dan de helft van de kinderen zegt vaker buiten te willen spelen dan ze nu doen. Opvallend is dat elektronische apparaten niet langer de belangrijkste reden zijn om binnen te blijven. Volgens 42 procent van de kinderen is het grootste obstakel juist het ontbreken van speelkameraadjes in de buurt. Daardoor ontstaat een vicieuze cirkel: als er weinig kinderen buiten zijn, haken anderen ook sneller af. Andere genoemde redenen om binnen te blijven zijn digitale speelmogelijkheden (34 procent), leuker speelgoed binnen (33 procent) en een gebrek aan dingen om buiten te doen (22 procent).
Grote verschillen tussen stad en platteland
De woonomgeving blijkt een belangrijke factor. Kinderen in plattelandsgemeenten spelen gemiddeld bijna twee uur per week langer buiten dan kinderen in grote steden. In gemeenten als Hollands Kroon en De Fryske Marren ligt het gemiddelde op 8,7 uur per week, terwijl kinderen in steden als Amsterdam, Eindhoven en Rotterdam gemiddeld 6,9 uur buiten spelen. Ook waarderen kinderen buitenspelen verschillend:
niet-stedelijke gebieden: rapportcijfer 8,4
zeer stedelijke gebieden: rapportcijfer 7,8
Daarnaast geeft ruim een derde van de respondenten aan dat er geen speelplek binnen 200 meter van hun woning ligt. Kinderen zonder speelplek in de buurt spelen aantoonbaar minder vaak buiten. Volgens Jantje Beton kan daardoor een nieuwe vorm van ongelijkheid ontstaan: speelongelijkheid.
Bron: Architectenweb
Bij het thema van dit artikel betrokken organisaties
Meer artikelen met dit thema
Ruimte voor Bewegen #1 van 2026 verschenen!
21 apr om 16:00 uurDe nieuwste editie van Ruimte voor Bewegen is verschenen. In dit nummer staat de vraag centraal hoe de openbare…
Zonder visie blijft bewegen op school versnipperd
17 apr om 11:15 uurBasisscholen besteden steeds vaker aandacht aan bewegen tijdens de schooldag, maar dat gebeurt lang niet altijd…
Veilige schoolomgevingen als motor voor bewegen en zelfstandigheid
9 apr om 11:35 uurKinderen die lopend of fietsend naar school gaan bewegen meer, ontwikkelen verkeersvaardigheden en worden…
Sportaccommodaties als motor voor een beweegvriendelijke omgeving
30 mrt om 13:48 uurWie werkt aan een beweegvriendelijke leefomgeving, denkt vaak aan parken,…
Hoe maak je van Wageningen een speelse stad?
25 mrt om 10:52 uurMet het oog op de gemeenteraadsverkiezingen stelde Ruimte voor de Jeugd een manifest op, waarmee gemeenten…
Masterclass ‘Let’s Play’: de kracht van loose parts
25 mrt om 08:25 uurSpelen is veel meer dan een vrijetijdsbesteding voor kinderen. Het is een essentieel onderdeel van een gezonde…
Speelvriendelijke buitenruimte staat centraal op BOSSdag op 26 maart
6 mrt om 11:49 uurMet onder andere een keynote van auteur Vincent Luyendijk en de lancering van het visiedocument Ideale…
Postcode en omgeving van invloed op speelgedrag
27 feb om 09:59 uurHoe ziet de speelverdeling in Nederland eruit, en wat betekent dat voor de kansen van kinderen om in de…
