Samen spelen vraagt om meer dan een toegankelijke schommel

maandag 8 juni 2026

Voor kinderen met een beperking is samen spelen nog lang geen vanzelfsprekend. Hoewel steeds meer speelplekken fysiek toegankelijk zijn ingericht, worden die nog niet volop gebruikt. Het rapport Succesfactoren van inclusieve SamenSpeelPlekken laat zien waar dat aan ligt én wat werkt. Niet door opnieuw de barrières te beschrijven, maar door te leren van speelplekken waar inclusief samenspel al wél gebeurt. 

Stichting het Gehandicapte Kind en Jantje Beton zetten zich met het SamenSpeelNetwerk in om samen spelen tussen kinderen met en zonder beperking te stimuleren en gaven DSP opdracht voor het onderzoek naar de succesfactoren van inclusieve speelplekken. Dat is nodig, want het lijkt erop alsof kinderen (en hun ouders) met een beperking deze locaties nog niet voldoende lijken te vinden.  

“We kunnen het niet met zekerheid zeggen”, nuanceert Ilse van der Put de stelling. Van der Put, niet betrokken bij het onderzoek, is expert op het gebied van inclusief spelen. Zo was ze bendeleider van de Speeltuinbende en de drijvende kracht achter het SamenSpeelAkkoord. “Afgelopen weekend werd in mijn woonplaats in de lokale speeltuin een samenspeelactiviteit georganiseerd, ter ere van de opening van het speelseizoen. Het was een ongekend succes, er kwamen wel 300 mensen op af. Ik kon zo’n 10 kinderen aanwijzen die zichtbaar een beperking hadden. Maar er zijn ook veel kinderen die een niet zichtbare beperking hebben, zoals kinderen in het spectrum, of slechthorende. Het is dus niet zo zwart-wit.”  

Hiermee wil Van der Put overigens niets afdoen aan het onderzoek van Carmen Kistemaker en Mensje van DSP. Zij bezochten vier SamenSpeelPlekken in Nederland waar kinderen met en zonder beperking elkaar daadwerkelijk ontmoeten. Ze spraken met kinderen, ouders, beheerders, vrijwilligers en beleidsmedewerkers. Centraal stond steeds de speelervaring: wanneer voelt een plek echt inclusief? En welke fysieke en sociale elementen dragen daaraan bij? 

Fysieke toegankelijkheid als basis, niet als eindpunt 

Een belangrijke conclusie is dat fysieke toegankelijkheid een randvoorwaarde is. Zonder toegankelijke routes, ondergronden en speeltoestellen is samen spelen vrijwel onmogelijk. Denk aan verharde paden, glooiende routes in plaats van trappen, speeltoestellen op rolstoelhoogte en zintuiglijke speelelementen. Zulke aanpassingen maken het mogelijk dat kinderen met verschillende beperkingen zelfstandig of met hulp kunnen meedoen. 

‘Nu wordt vaak van de speeltuin verwacht dat ze die inspanning doen, terwijl ik denk dat die taak bij anderen zou moeten liggen’ 

Maar het rapport is duidelijk: fysieke toegankelijkheid alleen is niet genoeg. Een inclusieve speelplek ontstaat pas wanneer de fysieke inrichting wordt ondersteund door een inclusieve speelcultuur. Iets wat nog eens bemoeilijkt wordt doordat kinderen met een beperking niet naar dezelfde school gaan als leeftijdsgenoten zonder beperking.

Daar zit wat Van der Put betreft echt de crux. “Je moet alleen daarom al een extra inspanning doen om alle kinderen bij elkaar te krijgen, om ze elkaar te laten ontmoeten. En nu wordt vaak van de speeltuin verwacht dat ze die inspanning doen, terwijl ik denk dat die taak bij anderen zou moeten liggen. Bijvoorbeeld bij welzijnsorganisaties en scholen.

In het rapport staat dat ook mooi benoemd: Maak duidelijke samenwerkingsafspraken met verenigingen of stichtingen over rollen en verantwoordelijkheden. Je kunt immers van de vrijwilligers van een speeltuin niet verwachten dat ze, naast alle taken die ze al hebben, ook nog eens de boer op gaan om kinderen met een beperking te benaderen. Bovendien is dat vanwege de AVG ook heel lastig. Je kunt niet even naar een school of gemeente bellen om een lijstje met namen op te vragen van kinderen die een beperking hebben.” 

Rol van ouders 

Ouders zijn sleutelpersonen in het al dan niet functioneren van een inclusieve speelplek, stellen de onderzoekers. Hun inschattingen, gedrag en interacties bepalen in hoge mate of kinderen kansen krijgen om samen te spelen. Zij bepalen of hun kind komt, hoe lang het blijft en met wie het speelt.  

“En ouders van kinderen met een beperking zijn net zo gevarieerd als alle andere ouders”, weet Van der Put. “Hoe ze met buitenspelen omgaan hangt deels af van wat zo’n gezin allemaal al heeft meegemaakt. Als je een kindje met een beperking krijgt, is er eerst natuurlijk schrik: wat overkomt ons nu allemaal. Daarna merk je dat de ouders die je eerst bij de zwangerschapsgym ontmoette allemaal naar het consultatiebureau gaan, terwijl jij naar het ziekenhuis moet met je kind. En bij het consultatiebureau wordt gevraagd of ouders met hun kinderen buitenspelen. In het ziekenhuis wordt die vraag meestal niet gesteld, daar gaat het in eerste instantie over de aandoening van het kind. Er is weinig tot geen aandacht voor buiten spelen.” 

Op succesvolle Samenspeelplekken voelen kinderen én ouders zich welkom. Dat zit vaak in kleine dingen: persoonlijk contact, een open houding, herkenbare vrijwilligers en duidelijke signalen dat iedereen erbij hoort. “Dan wordt een bezoek aan een speeltuin ook voor ouders een ontspannen tijd. Hoe meer kinderen zich zelfstandig door een speeltuin kunnen bewegen, hoe beter. Ouders kunnen dan even tot rust komen of in contact komen met andere ouders.” Contact tussen ouders onderling vergroot het gevoel van veiligheid en herkenning. Ouders fungeren bovendien als voorbeeld voor hun kinderen. Openheid, respect en het stimuleren van contact dragen bij aan inclusie; afstand nemen of waarschuwen juist aan uitsluiting.  

Gedragsregels, pictogrammen en zichtbare boodschappen als “iedereen welkom” helpen om inclusiviteit te normaliseren en verwachtingen te verduidelijken 

Sleutelrol voor vrijwilligers 

Kinderen spelen over het algemeen minder buiten dan vroeger, het is dan ook logisch dat dit doorwerkt bij kinderen met een beperking. “Het is inderdaad aan alle kanten een gevecht. Want de technologie maakt het juist voor die kinderen mogelijk om wel mee te doen. Ik hoor ze wel eens zeggen: ‘bij gamen kan ik alles, maar als ik buiten wil spelen dan kan ik niet overal aan meedoen.’ 

De aantrekkelijkheid van een speelplek voor een brede doelgroep is belangrijk, blijkt uit het onderzoek naar de succesfactoren. Speelplekken die ruimte bieden aan verschillende leeftijden en speelvormen nodigen meer kinderen uit. Dat vergroot de kans op ontmoeting en samenspel. Gedragsregels, pictogrammen en zichtbare boodschappen als “iedereen welkom” helpen om inclusiviteit te normaliseren en verwachtingen te verduidelijken. 

Vrijwilligers spelen hierin een sleutelrol. Hun houding, rust en begrip maken het verschil tussen corrigeren en begeleiden. Juist voor kinderen die anders reageren of zich onverwacht gedragen, blijkt een passende reactie cruciaal voor een veilige speelomgeving. En dat is niet altijd makkelijk, weet Van der Put uit eigen ervaring. “Het gaat in feite over basispedagogiek. En is het de taak van de vrijwilligers om te leren om met bepaalde situaties om te gaan en zo ja, wat bied je dan aan en is iedereen daar wel geschikt voor?” 

Beheer en activiteiten 

Inclusieve speelplekken vragen om betrokken beheer. Enthousiaste beheerders en vrijwilligers zorgen voor dagelijks onderhoud, signaleren wat nodig is en houden de plek levendig. Dat vraagt om voldoende middelen, creativiteit in financiering en samenwerking met professionals. De gemeente speelt hierin een belangrijke rol. En dat begint bij goed opdrachtgeverschap, vindt Van der Put. “Gemeenten moeten zich realiseren dat je het ontstaan van een samenspeelcultuur niet aan derden kunt overlaten, dat moet je lokaal regelen. Het proces om te komen tot een samenspeelplek is hét middel om aan je community te werken. Het bijbehorende participatietraject is het ideale startpunt. Zorg ervoor dat daar iemand bij betrokken is die blijft, een lokale verbinder.” 

Succes zit in de samenhang tussen fysieke inrichting, sociale cultuur, betrokkenheid en beleid. 

Naast goed beheer zijn activiteiten een krachtige motor voor samenspel. Gezamenlijke speeldagen, uitjes en georganiseerde momenten creëren gedeelde ervaringen en normaliseren verschillen. Ze bieden kinderen de kans elkaar te leren kennen en ouders om elkaar te ontmoeten. Ook daar kan de gemeente belangrijk in zijn. Echter zit dit deel vaak op een andere plek in de organisatie dan het beheer en onderhoud. “De meeste gemeenten zijn nog niet integraal georganiseerd”, ziet Van der Put. “En dat is voor dit onderwerp wel echt nodig.” 

Het rapport laat zien dat er geen blauwdruk bestaat voor de perfecte SamenSpeelPlek. Succes zit in de samenhang tussen fysieke inrichting, sociale cultuur, betrokkenheid en beleid. Kleine, doordachte stappen kunnen al een groot verschil maken. Inclusief samen spelen is geen eenmalige ingreep, maar een proces dat vraagt om aandacht, samenwerking en volhouden. “En dan zul je zien dat speelplekken ook echt een preventieve werking gaan hebben, omdat kinderen met en zonder handicap elkaar wél tegenkomen, samen kunnen spelen, vrienden kunnen maken en dus eenzaamheid onder kinderen met een beperking verminderen. Samen spelen heeft een positief effect op het welbevinden en dus gezondheid van alle kinderen”, besluit Van der Put.  

Dit artikel is verschenen in Ruimte voor Bewegen 1/2026. Je vindt deze editie in onze digitale bibliotheek

Meer artikelen met dit thema

flash_onNieuws

Eindhovense basisschoolkinderen ontwerpen eigen speurtocht door hun wijk

1 jun om 09:02 uur

Leerlingen van basisschool De Kameleon in Eindhoven bedachten zelf een avontuurlijke route door hun eigen buurt…

Lees verder »
descriptionArtikel

Masterclass ‘Let’s Play’: de kracht van loose parts

28 mei om 08:25 uur

Spelen is veel meer dan een vrijetijdsbesteding voor kinderen. Het is een essentieel onderdeel van een gezonde…

Lees verder »
flash_onNieuws

Jantje Beton presenteert meerjarenplan 'Onze droom voor 2035'

19 mei om 15:12 uur

Jantje Beton wil dat buitenspelen weer vanzelfsprekend wordt voor alle kinderen in Nederland. Met het nieuwe…

Lees verder »
descriptionArtikel

Nieuwe speeltuin in Roosendaal richt zich op toegankelijk spelen

19 mei om 13:16 uur

Op 13 maart opende de gemeente Roosendaal een nieuwe 'Samenspeeltuin'. De speeltuin is ontworpen voor kinderen…

Lees verder »
flash_onNieuws

Ruimte voor de Jeugd bundelt essays over het recht op spelen

13 mei om 08:00 uur

Hoe zorgen we ervoor dat kinderen daadwerkelijk de ruimte krijgen om te spelen, op te groeien en zich gezond te…

Lees verder »
flash_onNieuws

VitIndex helpt gemeenten hun sport- en beweegbeleid te versterken

1 mei om 11:42 uur

Gemeenten krijgen vanaf 1 september 2026 een nieuw hulpmiddel om hun sport- en beweegbeleid beter te…

Lees verder »
descriptionArtikel

Nieuwe leeromgeving zet bedrijventerreinen in beweging

24 apr om 13:54 uur

Nederlanders zitten gemiddeld 9,1 uur per dag. Een groot deel daarvan brengen we door op werkplekken die…

Lees verder »
flash_onNieuws

Ruimte voor Bewegen #1 van 2026 verschenen!

21 apr om 16:00 uur

De nieuwste editie van Ruimte voor Bewegen is verschenen. In dit nummer staat de vraag centraal hoe de openbare…

Lees verder »