Maatschappelijke impact met wetenschappelijke vuistregels

donderdag 30 juli 2026

Foto: Shutterstock

Twintig jaar geleden begon Rick Prins zijn onderzoek naar de beweegvriendelijke omgeving met een handjevol collega's, in een tijd waarin het onderwerp nauwelijks landde in beleid. Eind 2024 leverde zijn werk bij het RIVM concrete vuistregels op waar gemeenten, provincies en adviesbureaus mee aan de slag gaan. Het project voorziet in een grote behoefte en heeft de potentie om van grote maatschappelijke betekenis te zijn.

De vuistregels voor een beweegvriendelijke omgeving zijn ontstaan vanuit een vraag van het ministerie van VWS: hoe krijgt gezondheid een betere plek in ruimtelijke planprocessen? Er bestonden destijds al normen vanuit de GGD, bijvoorbeeld over de afstand tot vervuilende functies, maar een vergelijkbaar houvast voor de gezondheidsbevorderende kant van de leefomgeving ontbrak. Gesprekken met adviesbureaus, gemeenten en GGD'en maakten al snel duidelijk dat daar wel degelijk behoefte aan was, mits het instrument ruimtelijk concreet zou zijn. "Je moet het kunnen doorrekenen, in je gis-pakket kunnen stoppen ", vat Prins de behoefte samen.

Dat de ruimtelijke inrichting van invloed is op gezondheid, is volgens Prins een besef dat pas de laatste jaren echt is doorgedrongen. Twintig jaar geleden begon hij met een klein groepje onderzoekers, met weinig aansluiting bij beleid. Dat is nu wel anders. “We hebben te maken met enorme woningtekorten. We moeten gaan bouwen, wat vraagt dat van je omgeving?” In de discussie over de inrichting van de schaarse ruimte kreeg bewegen, net als klimaatadaptatie en vergroening, steeds meer een plek, verklaart Prins.

Op zoek naar het juiste getal

Bij het opstellen van de vuistregels ging het RIVM breed het gesprek aan met gemeenten, provincies, GGD'en en adviesbureaus, en werd een kerngroep gevormd met onder meer het Kenniscentrum Sport en Bewegen en de Beweegalliantie. Al snel bleek dat er weinig wetenschappelijke basis was voor een norm in vierkante meters; de bestaande literatuur ging vooral over afstanden, zoals hoe ver een speelplek mag liggen. Om toch tot een oppervlaktenorm te komen, ging het team zelf rekenen, met kadastrale data en gegevens over speelplekken van het Mulier Instituut. Geïnspireerd op de Leidse beweegsleutels, die uitgingen van 10 procent, kwam het RIVM uiteindelijk uit op 25 procent van de openbare ruimte die potentieel beweegvriendelijk zou moeten zijn.

Dat percentage is later statistisch getoetst. "We hebben gekeken: als dat percentage gehaald wordt, gaan mensen dan daadwerkelijk meer bewegen?" Ook na correctie voor allerlei andere variabelen bleef die relatie overeind, wat voor Prins een belangrijk moment was. Het was ook nodig om de investering te rechtvaardigen: ruimte is duur, en gemeenschapsgeld vraagt om een duidelijke onderbouwing van wat het oplevert.
Belangrijk is wel dat de 25 procent een landelijk gemiddelde is en geen juridische norm, benadrukt Prins. Voor hoogstedelijk gebied ligt het percentage vermoedelijk hoger, omdat daar de fiets- en loopinfrastructuur intensiever gebruikt wordt. In landelijk gebied is er juist relatief veel openbare ruimte maar weinig gebruikers. Daar telt de afstand tot voorzieningen zwaarder dan het aandeel oppervlak.

Meer dan spelen en sporten

Een beweegvriendelijke omgeving gaat volgens Prins verder dan speel- en sportplekken. Minstens zo belangrijk zijn lopen en fietsen als dagelijkse manier van verplaatsen, en ontmoeten: een stoep die breed genoeg is om een praatje te maken zonder het verkeer te blokkeren, en voorzieningen zoals een supermarkt of ov-halte op loopafstand. Formele sportaccommodaties, zoals een voetbalveld, vallen buiten de huidige vuistregels. Het RIVM werkt momenteel samen met het Mulier Instituut aan een aanvulling, gebaseerd op afstanden tot voorzieningen en mogelijk een oppervlaktenorm. Deze aanvulling komt in het najaar van 2026 beschikbaar.

Er zitten ook duidelijke koppelkansen met andere opgaven, met name groen. Eén van de vuistregels gaat over toegang tot minimaal een hectare aaneengesloten groen. "Een groene omgeving is niet per se een beweegvriendelijke omgeving, maar het kan wel heel erg helpen," aldus Prins, die daarbij wijst op de hittegolf in juli 2026 als recent voorbeeld van hoe groen en bewegen samenhangen.

De spanning met de auto

Wie de vuistregels serieus wil toepassen, botst volgens Prins al snel op de ruimte die aan de auto wordt toegekend. Sommige adviesbureaus stellen voor om stoepen te versmallen ten gunste van groen, maar Prins vindt dat niet de juiste route. "De olifant in de kamer is toch echt wel de auto." Parkeernormen zijn volgens hem evenmin hard onderbouwd, en de discussie over minder ruimte voor de auto verdient dan ook een plek in de ruimtelijke puzzel. Concepten als fietsstraten en 'de auto te gast' bieden daarbij perspectief: minder ruimte voor gemotoriseerd verkeer, meer voor bewegen en groen, zonder dat de bereikbaarheid verdwijnt.

Van vuistregel naar praktijk

Sinds de publicatie, kort voor de kerst van 2024, is de aandacht groot geweest, van vakmedia tot landelijke kranten. Gemeenten als Oss laten weten er serieus mee aan de slag te gaan. Voor gemeenten die willen starten, adviseert Prins vooral domeinoverstijgend te werken: betrek naast bewegen ook het sociaal en fysiek domein, en bepaal gezamenlijk een ambitieniveau, eventueel vastgelegd door de gemeenteraad. Dit najaar komt bovendien een dataset beschikbaar die per buurt laat zien hoe beweegvriendelijk die is, zodat gemeenten weten waar ze staan ten opzichte van de 25 procent.

Ondertussen werkt het RIVM aan verdere verfijning: het onderscheid tussen stedelijk en landelijk gebied, uniforme rekenregels voor adviesbureaus die de vuistregels soms verschillend interpreteren, en op termijn onderzoek naar de vuistregels als samenhangend pakket in plaats van los van elkaar ontwikkelde onderdelen.
Voor Prins voelt het werk aan de vuistregels, na twintig jaar onderzoek naar de beweegvriendelijke omgeving, als een impactvolle bijdrage. Dat de vuistregels nu hun weg vinden naar gemeentelijk beleid, ziet hij als hét bewijs dat wetenschappelijke kennis wel degelijk maatschappelijke betekenis kan krijgen.

Update over vuistregels op MOVE24

Volgens de vuistregels zou gemiddeld 25% van de openbare ruimte in Nederland geschikt moeten zijn voor fietsen, lopen, spelen en sporten. In het najaar van 2026 volgt een uitbreiding op deze richtlijn, waarbij ook ruimte voor sportaccommodaties wordt meegenomen. Dit onderscheidt formele sportaccommodaties van bewegen in de openbare ruimte. Maar is die scheidslijn wel zo duidelijk? En welke rol spelen open sportparken hierin?

Tijdens een interactieve sessie op MOVE24 verdiepen we ons in de vuistregels, met speciale aandacht voor de toevoeging van sportaccommodaties. Samen onderzoeken we of open sportparken als openbare ruimte moeten worden beschouwd, en welke gevolgen dat heeft voor beleid en inrichting. Wat betekent dit voor gemeenten, sportorganisaties en beleidsmakers? Kom meepraten en denk mee over de beweeg- en sportvriendelijke omgeving van de toekomst! Kijk voor meer informatie en aanmelden op de website van MOVE24.
 

Meer artikelen met dit thema

flash_onNieuws

Ruimte voor Bewegen #1 van 2026 verschenen!

21 apr om 16:00 uur

De nieuwste editie van Ruimte voor Bewegen is verschenen. In dit nummer staat de vraag centraal hoe de openbare…

Lees verder »
descriptionArtikel

Dien nu jouw sessievoorstel in voor MOVE24 2026

21 apr om 14:09 uur

Heb jij een inspirerend idee voor de toekomst van een beweegvriendelijk Nederland? Voor MOVE24 2026 kun je nu…

Lees verder »
descriptionArtikel

In beweging met de Buurtsportcoach: Roxanne Dekker

21 apr om 10:41 uur

Elke maand geven we in onze rubriek In beweging met de Buurtsportcoach een podium aan de professionals die elke…

Lees verder »
flash_onNieuws

Zonder visie blijft bewegen op school versnipperd

17 apr om 11:15 uur

Basisscholen besteden steeds vaker aandacht aan bewegen tijdens de schooldag, maar dat gebeurt lang niet altijd…

Lees verder »
flash_onNieuws

Sport en bewegen krijgen vaste plek in de ruimtelijke ordening

17 apr om 09:01 uur

Voor het eerst wordt sport, bewegen en spelen formeel onderdeel van de ruimtelijke ordening in Nederland. De…

Lees verder »
descriptionArtikel

Veilige schoolomgevingen als motor voor bewegen en zelfstandigheid

9 apr om 11:35 uur

Kinderen die lopend of fietsend naar school gaan bewegen meer, ontwikkelen verkeersvaardigheden en worden…

Lees verder »
flash_onNieuws

Sportaccommodaties als motor voor een beweegvriendelijke omgeving

30 mrt om 13:48 uur

Wie werkt aan een beweegvriendelijke leefomgeving, denkt vaak aan parken,…

Lees verder »
flash_onNieuws

Hoe maak je van Wageningen een speelse stad?

25 mrt om 10:52 uur

Met het oog op de gemeenteraadsverkiezingen stelde Ruimte voor de Jeugd een manifest op, waarmee gemeenten…

Lees verder »