Hoe leerzaam zijn buitenlessen?
Bij kindcentrum talent.nl in Meppel hebben ze ervaring met buitenlessen. Daar leren de kinderen niet alleen maar uit een boek, maar ook door te doen en actief de kennis toe te passen. De school telt zo’n 50 leerlingen en bestaat nu twee jaar. De verwachting is dat dit er de komende jaren steeds meer zullen zijn. Volgens docent Timon Koster kunnen buitenlessen het onderwijs verrijken: “Er zijn verschillende leerstijlen. Elk kind leert anders. Sommige kinderen leren beter door te doen en het te ervaren.” Het geven van buitenlessen is bovendien voordelig voor de lessen die nog gewoon in het lokaal gegeven worden. “Kinderen hebben ook behoefte aan beweging. Als je de dag opbreekt en de kinderen ook lessen aanbiedt waarbij ze kunnen bewegen, zitten ze vervolgens weer scherper in de klas”, aldus Koster.
Deze manier van lesgeven wijkt af van de standaard en al helemaal van moderne onderwijs systemen waarbij veel met iPads wordt gewerkt. “Het is belangrijk om de balans te vinden tussen moderne devices en het opzoeken van de buitenwereld,” vertelt Koster. Voor de buitenles halen de docenten hun inspiratie onder andere uit Scandinavië. “Daar zijn ze al veel verder met dit soort ontwikkelingen. Verder is het vooral veel improviseren.” De buitenles gaat daarbij veel verder dan met je laarzen in de sloot staan. “Wij hebben elke zes weken een nieuw thema en gaan dan minimaal een keer op pad. Zo zijn we pas bij de tweede kamer in Den Haag geweest. We reizen dan bewust met de trein en de tram, want ook dat moeten ze leren,” aldus Koster.
“Benoem de verschillen”
Volgens Emeritus-hoogleraar Louis Tavecchio zouden met name jongens baat hebben bij buitenlessen. In de klas worden zij beschouwd als lastige leerlingen. Er is ergernis over hun gedrag. Tijdens de les hoor je stil te zitten en moet je luisteren. Dit is voor jongens over het algemeen moeilijker dan voor meisjes. “De rijping van de hersenen werkt bij jongens anders dan bij meisjes. Dit is neurologisch vastgesteld”, vertelt Tavecchio. Dit verschil uit zich ook het gedrag van kinderen in de klas. “Meisjes willen graag aardig gevonden worden en de relatie met de leerkracht goed houden. Jongens willen uiteraard ook aardig gevonden worden, maar hebben dit veel lager op hun prioriteitenlijstje staan.”
Er zijn dus duidelijk verschillen, maar deze worden nauwelijks benoemd. Tavecchio verwijst hierbij al naar de lesboeken op de PABO. “Sekseverschillen worden nauwelijks erkend. Kinderen worden niet gedifferentieerd in opgroeiende mannen en opgroeiende vrouwen.” En dat terwijl die sekseverschillen er wel zijn. In plaats daarvan wordt er gesproken over het ideale leerlingengedrag die die norm zou moeten zijn. Tegenwoordig ook wel bekend als de meisjesnorm. Meisjes kunnen makkelijker stilzitten en luisteren. Jongens daarentegen vinden het erg moeilijk om lang stil te zitten. Hun spanningsboog is korter dan die van meisjes en zij leren ook op een andere manier. Vanwege de verschillen tussen jongens en meisjes zouden jongens meer baat hebben bij een wat minder schoolse omgeving. Buitenlessen spelen hierop in. Hier kunnen ze lekker uitrazen en hoeven ze niet stil te zitten. Wat dat betreft zijn de buitenlessen ook leuk voor meisjes, want waar jongens er baat bij kunnen hebben, ondervinden meisjes er gaan nadeel van.
Nieuw beleid
Het lijkt dus alsof er de buitenlessen veel voordelen hebben. Kinderen komen meer buiten en leren op datzelfde moment over verschillende onderwerpen. Zou er dan niet meer aandacht voor moeten zijn vanuit de overheid? Tavecchio denkt niet dat de overheid hier op korte termijn mee aan de slag gaat. “Te veel beleidsmakers denken dat je voor jongens niet hoeft te doen. De emancipatiestrijd voor meisjes is nog bezig en deze is nog lang niet ten einde. Veranderingen zijn voor nu vooral op meisjes gericht. Met de emancipatie willen we meiden uit hun achterstand halen, maar daarbij zijn we de jongens vergeten, omdat zij op bepaalde punten verschillen van meisjes.”
Koster twijfelt ook of aandacht vanuit de overheid ook echt een positief effect zal hebben: “Ik vind het belangrijk en mooi dat er aandacht voor is, maar het is voornamelijk de rol van de leerkracht. De overheid kan van alles zeggen, maar het is de leerkracht die alles moet uitvoeren. Ik denk dat die de belangrijkste positie hierin heeft.”

De omgeving buiten school biedt een wereld aan interessante onderzoeksmaterie Foto: Jantje Beton
Bij het thema van dit artikel betrokken organisaties
Meer artikelen met dit thema
Kabinet trekt extra geld uit voor sportaccommodaties en beweegaanbod
28 okt om 15:42 uurHet kabinet trekt in 2027 78 miljoen euro uit voor de Regeling Bouw en Onderhoud Sportaccommodaties (BOSA) en…
Terugblik MOVE24: op zoek naar het oerinstinct van buiten bewegen
27 okt om 08:13 uur“De hele dag buiten in stamvorm, want dat is wie we zijn.” Met die wens opende dagvoorzitter Jacqueline Kerkhof…
Magic Trailz brengt kinderen met augmented reality naar buiten
13 okt om 10:42 uurSteeds meer kinderen brengen hun vrije tijd binnen door, achter een scherm. Voor Lars van Raaij en zijn…
W&H brengt generaties samen in beweging met SamenFit
13 okt om 10:35 uurWaarom zou alleen het kind spelen? Met SamenFit introduceert W&H een beweegconcept waarbij kinderen,…
Spark – geeft spelen extra energie
13 okt om 10:19 uurEen speelplek kan vol mogelijkheden zitten, maar echte waarde ontstaat pas wanneer kinderen worden verleid om…
Moby Playground: de interactieve speelkoepel die mensen samenbrengt
13 okt om 08:39 uurEen interactief speelveld van acht meter doorsnede, met in het hart een slimme speelkoepel die kinderen met…
Outdoor fitness wordt slim: waarom gemeenten niet zonder SMART-data kunnen
9 okt om 13:15 uurEen outdoor fitnesslocatie realiseren is één ding. Weten wat er vervolgens daadwerkelijk gebeurt, is minstens…
Drempelvrije speeltuinen met inclusieve trampoline-oprijwiggen
9 okt om 13:06 uurLeverancier Goede Speelprojecten tilt inclusiviteit op de speelplaats naar een hoger niveau. Met de introductie…

Reactie toevoegen