In dit artikel verkennen we hoe digitale technologie past binnen het BVO-model, welke vormen er zijn, wat ze kunnen bijdragen aan meer bewegen en welke aandachtspunten daarbij horen.
Steeds vaker worden kinderrechten daarbij als kompas gebruikt. UNICEF-adviseur Esther Vreeburg laat zien hoe een wijk verandert wanneer je kinderen niet ziet als randvoorwaarde, maar als uitgangspunt.
Voor het onderzoek zijn 1.501 mensen met een lichte, matige of ernstige beperking (5 tot 80 jaar) bevraagd. De uitkomsten zijn vergeleken met het sport- en beweeggedrag van de totale Nederlandse bevolking.
De motie volgt op jarenlange inzet van de sportsector, met NOC*NSF en sportbonden als belangrijke aanjagers. Hun boodschap blijft hetzelfde: een leefbare wijk ontstaat alleen als sport en bewegen vanaf het begin meedoen in ruimtelijke keuzes.
Vejen Sportcentrum is geen gewone sporthal, maar een multifunctionele campus van ruim 12 hectare waar sport, verblijf, ontmoeten en voorzieningen samenkomen.
Nederland beschikt over een dicht netwerk aan sportvoorzieningen, waardoor sport voor veel inwoners dichtbij is georganiseerd. De maatschappelijke waarde zit daarbij niet alleen in de fysieke infrastructuur, maar vooral in wat er rondom gebeurt.
Tijdens het congres staat Iedereen doet mee?! centraal: hoe zorg je dat de openbare ruimte toegankelijk en aantrekkelijk is voor iedereen, ongeacht leeftijd, achtergrond of behoeften?
De zorgen over de beschikbare ruimte voor sport en bewegen nemen toe. Dat blijkt uit het Jaarrapport Ruimte voor sport en bewegen 2025 van het Mulier Instituut.
In de gemeentepraktijk koppelen beleidsmakers sport en bewegen vooral aan de GALA‑doelen gezonde leefstijl en vitaal ouder worden, waar ze duidelijke kansen zien om actie te ondernemen.