Een nieuwe voorziening neerzetten en hopen dat mensen komen: het kan, maar het zegt weinig over de werkelijke impact. Binnen het project BIOR Brabant onderzoekt InnoBeweeglab hoe gemeenten met monitoring en evaluatie grip krijgen op de waarde van hun beweegplekken. Emma van Dijk, projectleider en onderzoeker, vertelt over sensoren, observaties en vooral over de vraag die te vaak ontbreekt: waarom komen mensen wél, of juist niet?
Meten wat een beweegplek echt oplevert
Steeds meer gemeenten investeren in het beweegvriendelijk maken van de openbare ruimte. Zichtbare ingrepen, maar wat ze daadwerkelijk teweegbrengen blijft vaak onduidelijk. InnoBeweeglab probeert daar verandering in te brengen. "Echt met de focus op iedereen aan het bewegen krijgen, van jong tot oud, in spelen, sporten en elkaar ontmoeten", vat Van Dijk de missie samen. Binnen BIOR Brabant onderzoekt InnoBeweegLab in drie gemeenten wat zulke voorzieningen opleveren.
Van turflijstje naar inzicht
De vraag waarmee gemeenten aankloppen is steeds vergelijkbaar: wat heeft onze investering gedaan? "Gemeentes willen eigenlijk inzicht hebben of de voorziening die ze hebben neergezet impact heeft gehad", legt Van Dijk uit. Veel gemeenten houden het simpel: een buurtsportcoach schat hoeveel mensen er langskwamen. "Dan krijg je natuurlijk een beeld, maar je krijgt verder geen diepgang." Wie de gebruikers zijn, wat ze ervan vinden en of de ongeorganiseerde sporter zich er thuis voelt, blijft zo buiten beeld.
Monitoring en evaluatie gaan verder, en zijn volgens Van Dijk geen sluitstuk maar een cyclus. Omgevingen en wensen veranderen immers. Daarom: "Je plaatst iets, je monitort dat, je evalueert dat en je stuurt bij."
Drie gemeenten, drie situaties
Het project loopt in Waalwijk, Den Bosch en Deurne, telkens met een andere uitgangssituatie. In Den Bosch begon het onderzoek bij de behoefte van de buurt; het resultaat werd een skills garden op een oud voetbalveld, waar pumptrack, hardloopbaan, calisthenics en balsporten samenkomen. Een jaar lang werd gemonitord met sensoren, observaties en vragenlijsten onder zowel gebruikers als omwonenden.
Juist die brede uitvraag levert bruikbare bevindingen op. Waarom komen mensen wel of niet? Een drukke weg die overgestoken moet worden, kan voor kleine kinderen al een onneembare drempel zijn. "Dat zijn dan hele concrete aanpassingen die een gemeente kan doen om de drempel weg te nemen", zegt Van Dijk. In Waalwijk werd dezelfde opzet toegepast op een bestaand Cruijff Court, in samenwerking met de Johan Cruijff Foundation. In Deurne, ten slotte, is het onderzoek net begonnen rond een verouderd skatepark dat is omgevormd tot urban sportpark.
Techniek die telt, maar niet alles ziet
Technologie speelt een centrale rol. Het lab gebruikt drie soorten sensoren, allemaal AVG-proof: ze werken op radar- of infraroodtechnologie en nemen geen videobeelden op. De sensoren registreren 24 uur per dag, zeven dagen per week hoeveel mensen aanwezig zijn.
Maar de techniek kent grenzen. De sensoren zien dát iemand er is, niet wát iemand doet, en ook niet of het een man, vrouw of kind betreft, dat zijn immers persoonsgegevens. Daarom zegt de verworven informatie lang niet alles. "Doet iemand een squat, of zakt iemand gewoon door zijn benen omdat hij of zij de veters wil strikken?", geeft Van Dijk als voorbeeld. Daarom blijven observaties onmisbaar. Ze zijn arbeidsintensief, maar de enige manier om te zien wie er werkelijk komt en wat er gebeurt. Voor een beleidsadviseur is juist die kwalitatieve laag waardevol: past het beeld bij de doelgroep die men voor ogen had?
De waarde achter de cijfers
De verzamelde data voeden onder meer de maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) van Jelle Schoemaker van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. "Stel, deze voorziening wordt weggehaald of was er niet, hoeveel minder zouden mensen dan sporten?", schetst Van Dijk de kernvraag.
Tegelijk reikt de werkelijke waarde verder dan cijfers. Sociale cohesie, nieuwe ontmoetingen, ouders die elkaar leren kennen: het is van grote betekenis, maar komt niet altijd uit de impactmeting naar voren. Cruciaal zijn volgens Van Dijk de randvoorwaarden rond een voorziening. Een pumptrack trekt vooral kinderen, maar een prettige omgeving eromheen, met bankjes, een waterpunt en ruimte voor de allerkleinsten, zorgt dat mensen langer blijven. "Het is heel belangrijk dat niet alleen de voorziening staat, maar ook de omgeving eromheen voor iedereen beschikbaar is."
Dat blijkt ook uit de eerste bevindingen. Het Cruijff Court in Waalwijk is onverminderd populair, zelfs bij regen en sneeuw. De skills garden in Den Bosch kampt daarentegen met onbekendheid door de ligging op een verenigingsterrein: "Ondanks dat het echt een hele mooie voorziening is, is het op een bepaalde manier onbekend." Goede bewegwijzering en een veilige oversteek blijken dan bepalend.
Investeren aan de voorkant
De ambitie reikt verder dan Brabant. Idealiter wordt deze aanpak landelijk uitgerold, zodat vergelijkbare plekken naast elkaar gelegd kunnen worden. Wat Van Dijk vooral wil meegeven, is een pleidooi voor zorgvuldigheid aan de voorkant. Te vaak worden voorzieningen vrijwel willekeurig neergezet, om daarna te constateren dat ze niet werken. Juist doelgroepen die lastiger in beweging komen, zoals tienermeisjes of ouders met kleine kinderen, hechten meer waarde aan de route en de omgeving dan aan de voorziening zelf. "Dat soort doelgroepen worden vaak vergeten."
Geld kan immers maar één keer worden uitgegeven. Een deel daarvan vooraf in onderzoek steken, en de buurt betrekken bij het ontwerp, betaalt zich volgens Van Dijk dubbel terug. "Als je de doelgroep en de buurt erbij betrekt, wordt het veel sneller gebruikt, omdat ze zien: dit hebben wij samen ontworpen." Het onderzoeksveld staat naar eigen zeggen nog in de kinderschoenen, maar de richting is helder. "Investeer echt aan de voorkant in goed onderzoek", besluit Van Dijk. "Blijf evalueren en weer bijschaven."
BIOR Brabant op MOVE24
Een van de vier themalijnen van het congres MOVE24, op 8 oktober in Den Bosch, is Lessen BIOR Brabant. In een aantal sessies hoor je alles over wat het traject BIOR Brabant behelst én wat het heeft opgeleverd. Benieuwd naar wat jij kunt met monitoring en evaluatie van beweegplekken? Kom dan naar MOVE24!
Bij het thema van dit artikel betrokken organisaties
Meer artikelen met dit thema
Grote urban sportzone in Utrechts Park Transwijk
17 jul 2025Bij een ingrijpende vernieuwing van Park Transwijk in Utrecht Zuidwest komt er ruimte voor een grote urban…
Sportsector geeft input voor verkiezingsprogramma's
15 jul 2025Op 29 oktober gaat Nederland naar de stembus voor de Tweede Kamer-verkiezingen en de sportsector slaat de…
Slim in de schaduw: buiten sporten en spelen in een veranderend klimaat
24 jun 2025Buiten spelen, sporten en bewegen is gezond. Maar door klimaatverandering wordt het ook steeds warmer en…
Het onderschatte potentieel van schoolpleinen
12 jun 2025Schoolpleinen worden vaak alleen gebruikt voor spelende kinderen, maar ze bieden veel meer mogelijkheden. Ze…
Breda uitgeroepen tot meest speelvriendelijke gemeente van Nederland
11 apr 2025Gemeente Breda heeft de Jantje Beton Prijs 2025 gewonnen en mag zich de komende twee jaar de meest…
Slimme aanpassingen voor een actieve leefomgeving
3 apr 2025Het slim benutten van de leefomgeving kan bewoners stimuleren om meer te bewegen. Dit artikel verkent hoe we…
Innovatief plein stimuleert beweging en verbinding in de wijk
27 mrt 2025Een recent ontwikkeld plein in het Driehoekspark in Rotterdam heeft een wijk nieuw leven ingeblazen door…
Apeldoorn, Utrecht en Breda genomineerd voor Jantje Beton Prijs
13 mrt 2025Drie gemeenten maken kans op de titel ‘meest speelvriendelijke gemeente van Nederland’. Apeldoorn, Utrecht en…
