Veel naoorlogse wijken in Nederland staan de komende jaren voor grote veranderingen. Opgaven onder andere op het gebied van wonen, klimaatadaptatie, mobiliteit, energie, voorzieningen, economie en sociale cohesie komen hier samen.
Hoe zorg je ervoor dat mensen meer bewegen zonder dat je het over sport hoeft te hebben? En hoe kun je bewegen gebruiken als motor voor een gezondere, socialere en aantrekkelijkere leefomgeving?
De kinderen bepaalden zelf alles: de plekken, het verhaal en de opdrachten. Tijdens brainstormsessies op school verkenden ze hun wijk en dachten na over wat bijzonder en de moeite waard is in hun buurt.
De onderzoekers onderzochten hoe Nederlanders de effecten van ingrepen in een beweegvriendelijke omgeving waarderen. Deelnemers kozen meerdere keren tussen twee scenario’s met verschillende effecten.
In dit artikel verkennen we hoe digitale technologie past binnen het BVO-model, welke vormen er zijn, wat ze kunnen bijdragen aan meer bewegen en welke aandachtspunten daarbij horen.
Steeds vaker worden kinderrechten daarbij als kompas gebruikt. UNICEF-adviseur Esther Vreeburg laat zien hoe een wijk verandert wanneer je kinderen niet ziet als randvoorwaarde, maar als uitgangspunt.
De motie volgt op jarenlange inzet van de sportsector, met NOC*NSF en sportbonden als belangrijke aanjagers. Hun boodschap blijft hetzelfde: een leefbare wijk ontstaat alleen als sport en bewegen vanaf het begin meedoen in ruimtelijke keuzes.